© Copyright : Vishnuh-Genootschap

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of open­baar gemaakt mid­dels druk, fotocopy, micro­film, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestem­ming van de rechthebbenden. De Nederlandse en Javaanse verta­ling van de lontarboeken van het Vishnuh-Genootschap zijn vastgelegd bij s'Rijkssuccessie te Leeuwarden in Nederland en gedeponeerd bij het Beneluxbureau voor de warenmerken onder nummer 507115, door de erfopvolger van het Vishnuh-Genootschap, Gurubesar: R.R.Purperhart <> Lancar Ida-Bagus.

All rights reserved. No part of this publication may be repro­du­ced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form by means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the written permission of the publisher.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ter bescherming van de originele uitgave zijn alle op deze site geplaatste boeken van het Vishnuh-Genootschap gecodeerd weergegeven en ingekort 
 

 


wat betekend pendekar?

WiE  iS  pEnDeKaR ?

WIE was EEN PENDEKAR ?



Het begrip Pendekar ontstond in de 10de eeuw, en iemand die tegen moedwillig geweld bescherming bood, werd door het Vishnuh-Genootschap Pendekar ge­noemd. Deze voorvechters werden in het oerwoud vertrouwd gemaakt in het doden. In de regel is een Pendekar een soldaat (krijger) die de inhoudelijke praktische kennis bezit tot op een zekere hoogte van geestelijk en lichamelijk bewustzijn. Volgens de fysieke levensbeschouwing zijn aan dezen speciale plichten opgelegd. Aan deze plichten konden zij zich niet van onttrekken.

 

... Het is onder andere de plicht van een Pendekar de burger tegen allerlei kwaad te behoeden en daarom moet deze in voorkomende gevallen, terwille van het morele recht geweld gebruiken. Maar als hij afziet van de strijd, dan verwaarloosd hij niet alleen zijn aparte plicht als Pendekar, maar verliest ook naast zijn roem en reputatie, de geestelijke kracht.

 

... Pendekars leerden enkel datgene wat in hun situatie en omgeving nodig werd geacht. Voorts moesten zij hiervoor gesti­puleerde codes volgen die vergelijkbaar zijn met de leef- en gedragscodes van Europese ridders hangende de vroegere ge­schiedenis. Daarnaast mochten Pendekars geen veranderingen brengen in het aangeleerde, daar zij slec­hts elementen leerden welke zijn afgeleid uit de tien(10) stijlen. Pendekars kregen niet de gehele leer van een stijl  aangeleerd, doch slechts fragmenten. Der­hal­ve is het weerleggen van de technieken niet de hunne omdat zij daartoe de auto­riteit niet bezitten.

 

... Het doorgeven van het ge­leerde mocht wel alleen in familieband geschieden (zij het beperkt.) Daarnaast is de gehele leer van Vishnuh in de lontartaal opge­steld, een variant afgeleid uit het Sanskriet, en welke al sedert het begin volgens traditie uitsluitend werd gedoceerd aan kwekelin­gen van de eigen orde; aan Penditoh's en  Gurube­sar's in de lijn van de afstammelingen van het Vishnuh-Genootschap.


Dit was ter voorko­ming, opdat een kwaadwillende en niet-ingewijde inzage kreeg in de Silat leerstof. De Pencak-Silat leerstoffen kunnen in verkeerde handen tot desastreuze gevolgen leiden, vooral wanneer deze gericht worden voor persoonlijk belang. De Pen­cak-Silat leer omvat niet alleen fysieke ge­vechtshan­de­lingen, maar omschrijft ook gedetail­leerd de geeste­lijke hande­lingen, de bijbehorende verkla­ringen (Silat) evenals de gebruiks­principes van deze.

 

 

Wat betekent PENDEKAR en wat houdt dit precies in?

 

De uitdrukking Pendekar is van Javaanse oorsprong en is afge­leid van het sanskriet "pendek, cendek, cendiek, cedek (cedak), die allemaal in diverse zinsverbanden kort, niet ver of klein betekent. Dit begrip geeft aan dat men iets beperkt heeft geleerd. En "Ar" staat voor kennis (weten en begrijpen), welke is afgeleid uit het Sanskriet woord "aryani ", dit bet.: "Iemand die de essentiële waarde des levens kent en wiens cultuur gebaseerd is op geestelijke realisatie. Het begrip "Ar" om­schrijft aldus het feit dat Pendekars ook een beetje geeste­lijke kennis kregen aangeleerd.

Pendekar betekend letterlijk -korte kennis (beperkte wetenschap)-, deze bestond nu nog uit de leer der bovennatuurlijke, de Anima-Siddhi, de Kamavasayit­tha-Siddhi, de Picasa-Siddhi en tenslotte de "Ngelmoe kelakoe­an babaran lan Tiyang" (leer van de gedragingen van mens en dier in penibele omstandigheden).

 

 

DE ENKELE DOOR PENDEKARS AANGELEERDE GEVECHTSASPECTEN 
VAN DE PENCAK-SILAT

 

De twee geestelijke gevechtsprincipes die aan pendekars werden aangeleerd zijn verwerkt in de "ANIMA-SIDDHI en de KAMAVASAY­ITTHA-SIDDHI. Deze kennis is erop gericht de eigen veiligheid te waarborgen in een eventuele overmacht, en de principes in deze situatie toe te passen zodat men de vijand altijd de baas blijft zonder het plegen van fysieke handelingen. Nadat het genootschap besloot de gehele leer aan banden te leggen werden de Pencak-Silat gevechtstechnieken / geestelijke gevechtsprincipes automatisch ontoegankelijk voor buitenstaanders.

Het ging vroeger niet zo gemakkelijk voor de kersverse vech­ters van het onrecht, want tot toetreding kon pas worden besloten nadat de gegadigde volledig (geestelijk en lichame­lijk) had aangetoond de hiernavolgende eisen glansrijk te hebben doorstaan.

 

 

De eisen waren de volgende;

 

1. De leerling pendekar is op de dag van intreding in de leer minimaal dertig(30) jaar en maximaal 60 jaar oud.

2. De leerling pendekar dient rechtstreeks onder vishnuh te staan, met inachtneming van de door de Gurubesar opge­legde leefregels en krijgscodes welke strikt volgens de adat dient te worden nageleefd.

3. Een pendekar is hij, die helemaal heeft voldaan aan de voorgeschreven kennis van een deel uit de leer der geestes­ we­tenschappen.

4. Een pendekar is hij, die door een goeroebesar c.q. ingewij­de leden van het Vishnuh-Genootschap, is goed bevonden.

5. Een pendekar is hij wie niemand in moeilijkheden brengt, zich niet door angst laat verontrusten en evenwichtig is in verdriet en geluk.


De titel pendekar kan uitsluitend en alleen door de abt/gurubesar van het genoot­schap aan het lid worden toegekend of toegewe­zen in gezelschap van de hieropvolgende erkenning handelingen;-


6. Het familiewapen van het genootschap dient in alle gevallen te worden geta­toeëerd op een verborgen plek op het lichaam van de begun­stig­de.

 


Volgens de geestelijke code was een Pendekar gehouden de uit de tien stijlen afgeleide gevechtsfragmenten, hetwelk hij heeft aangeleerd tot heil voor iedereen, slechts aan familie­ door te geven. En indien deze geen familie had diende hij de aange­leerde Pencak-Silat leerstoffen geheim te houden en als de tijd daar is gewoon ermee het graf ingaan. Wel mocht hij degene die kennis heeft mogen maken met de leer en alszo­danig beheerst, de titel geven van Umat (volgeling / leer­ling) en niet Pendekar, omdat hij daartoe niet competent is, daarvoor is immers meer kennis vereist dan welke hij voor zijn opleiding mee­kreeg.  Wel kan de pendekar de umat deel laten nemen aan zijn activiteiten en deze de mogelijkheid bieden om op te treden als assistent. Zo was het ook met het begrip Pende­kar gesteld. Tegenwoordig kan er alleen sprake zijn van Umats of Pu­tuh's.

De titel Pendekar werd volgens de kronieken van Vishnuh gescha­pen om de baat van de Picasa-leer aan het gewone volk tot uitdrukking te brengen. Omdat het overgrote deel van de onder het volk aangeworven Pendekars analfabe­ten waren, was een vijfjarige mondelinge en praktische scholing een must. Voor de aanvang van deze leerpe­riode werd de eis opgelegd dat men zich tot de laatste adem­tocht aan de regels van het Vishnuh-Genootschap diende te houden.

 

... Dat deze leer toen al geen gemakkelijke opgave was blijkt wel uit het feit dat het verzaken van het opgelegde leefpatroon voor de over­treder een gewisse dood betekende.


Noot van de Gurubesar: Lancar Ida-Bagus

"Degenen die zichzelf in deze huidige tijd Pendekar noemen doen er beter aan niet langer de essentie van deze naam te schandvlekken, daar deze naam een heilige piëteit inhoudt voor hen die van de 10de tot de 18de eeuw de titel Pendekar eervol mocht dragen. En als men niet begrijpt wat respect wezenlijk wil zeggen, zal men een ander ook geen eerbied kunnen betonen. Daarom is het zo dat iedere Indone­siër die beweerd Pende­kar te zijn of wiens grootvader zoge­naamd Pende­kar was, een heilig­schen­ner.


Volgens de kronieken van het Vishnuh-Genootschap werden als uitzondering de laatste Pendekars opgeleid in 1787 tot 1793 in de wouden van Borneo, Celebes en Sumatra onder leiding van Guru­besar Ida-Katut Alit Ring-A­ting. Daarom kunnen op dit moment geen pende­kars meer zijn (maar indien dit wel het geval is, dan moet het iemand zijn van meer dan 200 jaar oud), daar de leer fragmen­tarisch voor het laatst in 1793 is ge­bruikt waarna het defi­nitief aan banden werd ge­legd. Hiertoe werd door de Vishnuh-aanhang beslo­ten doordat sommige dezer pendekars zich met de politiek inlieten en alleen op uit waren tot persoonlijk winstbejag en zich net zo gingen gedra­gen als de Javaanse notabelen zelf. Zo overtraden zij arti­kel 3 en artikel 8 van de algemene gedrags­regels van Vishnuh.

 

 

ALGEMENE GEDRAGSREGELS VAN VISHNUH

 

1.-Tijdens de training behoort men zich ordentelijk te gedra­gen.

2.-Men dient aanstonds, zonder stribbeling en zonder enige vorm van protest een oefening hetwelk berust op een op­dracht uit te voeren.

3.-Het geleerde niet aan derden prijsgeven, mits hiervoor uitdrukkelijk fiat van de Panditoh/Gurubesar is verkre­gen.

4.-Men dient te allen tijde beleeft maar toch op zijn hoede te blijven.

5.-Eerbiedig een ieder, wil men ook door een ieder eerbiedigt worden.

6.-Vredelievendheid en humanisme nastreven.

7.-Wees trouw, eerlijk en oprecht jegens Vishnuh.

8.-Men zal niet provoceren en geen tweedracht uitlokken.

9.-Indien men u sart of tart teneinde u tot een onvermijdelij­ke clinch te dwingen, dient u zich te gedragen zoals reeds omschreven staat, doch als blijkt dat het distantiërend geheel geen baat heeft, dan pas dient men zich uit zelfver­de­diging de vechtkunst toe te passen, te benutten en te mani­fes­teren.

10.-Gehoorzaam en respecteer het Vishnuh-Genootschap, precies zoals zij u hartgrondig respecteert.


Overtreding van één dezer door het genootschap opgestelde leefre­gels, werden van oudsher zonder aanzien des persoons toegepast. De strafwetten die hierop aansluiten varieerden van schorsing tot een bepaalde tijd of voor een onbepaalde tijd tot volledige degradatie van de overtreder welke altijd werd bepaald naar de ernst van de overtreding. Deze gedragsregels en bepalingen werden geschapen om de baat van de Pencak-Silat aan de beoefenaren tot uitdruk­king te brengen. Ver­volgens wordt de serieuze aard en de essentie van het ge­heel daardoor nog eens sterk benadrukt. Iedere toekomstige Vishnuh-aanhanger dient zich daarom meer­maals te bezinnen, vanwege de serieuze aard inzake het aanhan­gen van deze leer, vooral­eer hij tot een definitieve besluit­vorming overgaat.

Zolang er op aarde mensen geboren worden zal er altijd alom jaloezie en nijd heersen; zolang er levende wezens bestaan zullen zij die la­biel zijn van aard voortdurend gevaar voor de evennaaste opleveren; zolang er mensen op aarde leven zullen, ellende, gewelddadig­heid, verraderlijkheid en arglis­tigheid, onbetrouw­baarheid de variabele onderdelen blijven van de menselijke natuur.

Ellende ontstond in vroegere tijden meestal door verraad, jaloezie, onvrede, hebzucht en onte­vredenheid. Zo kende het genootschap in de loop van haar bestaans­ge­schiede­nis volge­lin­gen, die de leer van dit genoot­schap ten eigen bate misbruik­ten. Het waren deze enkelin­gen die toenmalige vechtgra­ge vor­sten­dommen, volkslei­ders en konings­gezinden gewetenloos bij­stonden met het massa­creren en onderdrukken van haar eigen onderdanen. Tevens ondersteun­den zij het schrikbewind in hun acties tot een legio gewelddadi­ge inlijvingsoorlogen tegen buur­staten waar­door hele genera­ties op beest­achtige manier schuldloos werden afge­slacht of op af­grijselijke wijze werden uitge­moord en gefi­leerd. 

 


De leer van Vishnuh zegt:

 

"De Natuur heeft ons aller geschapen maar de mens heeft heb­zucht en meedogen­loosheid ge­scha­pen."

 


Door genoemde misbruik van de Pencak-Silat gevechtsleer en het wange­drag tevens wanprestatie tegen de inheemse mensheid, be­sloot het genootschap sedert de 14de eeuw geen derden meer tot Pendekar in te wijden. Het algemeen dienend belang  kwam in het geding waardoor het genoot­schap tot algemene geheimhou­ding overging.

Toch heeft het genootschap in de 17de eeuw een laatste uitzondering gemaakt voor het algemeen welzijn. Jammer genoeg hebben mogelijke nazaten van deze pendekars de adatregel geschonden en de naam pencak-silat gaan gebruiken voor zelf-ontwikkelde systemen.

 

 

De leer van Vishnuh zegt daarover het volgende:

 

... "Omgang met mensen brengt altijd een groot risico met zich mee. Indien men uit huma­nisti­sche over­wegingen de hulpbehoevende mens een vinger toesteekt omdat deze dringend hulp nodig heeft, loopt men vaak de kans, dat men zijn aardsvijand in huis haalt.

 

... Dus in plaats van tevredenheid en dankbaarheid te oogsten is ellende het deel der hulpvaardigen. En aleer men het echt goed en wel door heeft blijkt dat de armlastige het leven van zijn redder in nood vanaf de aanvang al en met voorbedachte rade zich heeft toege­ëigend of ver­woest."

 

 

Meest­al gebeurt dit bovenstaande uit wraak voor wat de ene mens de andere heeft aange­daan. Zo werd eens het genoot­schap geconfronteerd met stammen en volgelingen die er precies zo over dachten en toen ondank betrachtten.

 

 

Het genoot­schap rede­neerde toen daarover als volgt:

 

-­ Deze gedachtegang van ondankbaarheid is hoogst on­recht­vaardig, nie­mand heeft het recht te generalise­ren uit hoofde van zijn persoon­lijke on­prettige ervaringen uit het verle­den met derden. Het­geen u door uw eeuwige vijand waar­schijnlijk is aange­daan is niet onze schuld, daarom zullen wij nu uit eigen veilig­heids­overwegin­gen u allen doen ver­scheiden, daar wij naar aanlei­ding van deze openbaring het volste recht daartoe heb­ben. Hopelijk zullen aankomelingen van omliggende stammen hier­aan een voorbeeld nemen zodat het tot ze doordringt welks een straf hen wacht: -zij die "ondank" be­trach­ten welke getuigt van een onherstelbare mate van be­krom­penheid. Het moet niet zo zijn dat de onschuldige mens moet boeten voor wat de ene mens de ander heeft aangedaan."

 

 

Voor wie zich voor deze leer geheel open­stelt kunnen er diverse dimensies voor deze opengaan waar­bij de gele­genheid aanwezig zal zijn om daar ook daadwerkelijk deel van uit te maken, maar alwie de leer volgens eigen idee inter­pre­teert en het gaarne ziet naar eigen believen, dien zal alle onheil over­komen. Laat aan het Vishnuh-Genootschap wat van het Vishnuh-Genootschap is.


Een pendekar die aan zijn laatste levensjaren toe was diende zijn kennis over te dragen aan een nauwe familielid, indien hij dit niet had diende hij zijn geheim het graf in te nemen. Daarnaast diende de overdracht te geschieden volgens de voor­geschreven regels van het volgelingschap met inachtneming van de hiernavolgende instructies ; -

1. Het aangeleerde mag de naam Pencak-Silat niet dragen daar het niet compleet is.

2. De autoriteit voor het weerleggen der techniek niet de hunne is, want de leren behoren toe aan Vishnuh.

3. Het is een gevechtskunst bedoeld om te overleven.

4. Hiermee mag geen andere activiteiten worden verricht dan alleen die, welke voor het primaire doel is gemaakt, en alleen daarvoor moet worden aangewend en dat is in een reëel gevecht om te overleven.

5. De pendekar mag slechts gevechtshandelingen doorgeven en vooral geen geestelijke leerprincipes, want dit is een taak welke alleen kan worden gedoceerd door de ingewijden van het genootschap, Gurubesars en in-leden van Vishnuh.

6. Het aangeleerde moet ten allen tijde worden gerespecteerd en mag onder geen enkele voorwaarde afwijken van de stof, deze kunst heeft ons reeds tijdens de ontwikkeling van haar ge­vechtstechnieken veel voorouder­lijk bloed doen vloeien.

7. Laat aan Vishnuh wat van Vishnuh is.

8. Het familielid dat de aangeleerde slag- en traptechnieken (Poekoelan) dan beheerst mag zich geen pendekar noemen, de naam die deze wel toekomt is Putuh/Poetoeh (kleinkind, bescherme­ling van Vishnuh).

9. De titel pendekar mag alleen worden toegekend door een priester van Vishnuh, mits de gegadigde de voorgeschreven leer der geesteswetenschappen intern als extern beheerst.

In de geest van die tijd toen aldaar in de Indische archipel verschei­dene koninkrijken bloeide, bekleedden sommige pende­kars de functie als legerbe­velhebber welke uitsluitend ge­schiedde met toestemming van het genootschap, die de gevechts­leer uitslui­tend vrijgaf ten bate van de eigen zelfverdedi­ging tegen overrompelingen door vijan­diggezinde stammen. Deze gevechtstechnieken waren speciaal bedoeld voor de slag­vel­den, daar wanneer het leven echt in gevaar was en men gedwongen was om zichzelf moest verdedigen. Het was mijn of zijn leven. En als men het gevecht betreedt kan men alleen op de "Pen­cak-Silat" vertrouwen. Pendekars (be­schermhe­ren) werden vroeger uit het gewone volk aange­mon­sterd, die meestal allemaal ongelet­terd waren, met uitzondering van de koninklij­ke telgen van verschei­dene dynastieën en op volledige steun van het genoot­schap konden rekenen....

......De titel Pendekar werd ter oorzake van analfa­betische redenen van de pendekar zelf, niet middels een diploma kenbaar ge­maakt, maar hiervoor werd het gevecht- of fami­liewa­pen van de Pries­ter geta­toeë­erd op een latente plek op het lichaam van de pupil. In de kronieken van het Vishnuh-Genootschap is duidelijk aangegeven in welk jaartal precies (1787-1793) de laatste pendekars door haar werden opge­leid en waar deze voor het laatst werden verzorgd. De Pencak-Silat is dus geen sport maar een OverlevingsLeer.

Toen weleer op de Indische archipel de aldaar aanwezige ko­ninkrij­ken mekaar op het oor­logsgebied naar het leven stonden, werd op het slagveld geen sportevenementen gehouden om kampi­oenen voort te brengen. Het was juist hier de noodzaak zich uit alle macht te verdedigen tegen sterven en dood, omdat op het oor­logsterrein slechts sprake was van de keiharde reali­teit; het was over­leven of gedood worden.


DE GEESTELIJKE PLICHTEN VOOR PENDEKARS

Een pendekar dient volgens de gedragsregels van Vishnuh zijn persoonlijke plich­ten dagelijks te vervullen, want zijn voor­ge­schre­ven plich­ten bepalen tezamen de regelmaat en de aanvul­ling op zijn gehele geeste­lijke- en licha­melijke situa­tie. Geestelijke plichten zijn die plich­ten die door het genoot­schap worden opge­legd ; maar of het nu licha­melij­ke of geeste­lijke plichten zijn ; men dient zich tot zijn laatste adem­tocht aan ZIJN voorge­schreven plichten te houden. De Plichten die in de Pencak-Silatleer op geestelijk niveau worden aange­leerd verschil­len aanzienlijk van de plichten op lichame­lijk niveau. 

 

 

De leer van Vishnuh zegt:

 

... "Alwie de richt­lijnen eerlijk en oprecht opvolgt, zal altijd het goede gedu­rende zijn levenswandel tegenkomen die buiten­dien zal worden geflankeerd door de positieve in­stelling in de mens. Men zal in staat zijn om de vruchten hiervan daadwerkelijk te plukken of te ver­krij­gen, en voor wie zich al op weg begeven heeft wordt kennis zijn erfenis en worden intelligen­tie en het verstand onherroe­pelijk zijn deel." 

 

 

Maar wanneer een pende­kar tij­dens de keba­tinan­leer nog in de ban is van de tastbare dingen, dan dient hij om deze levens­houding te com­penseren zich te houden aan de voor­schriften die gelden voor alle bij­zondere situaties. Hier­over zegt de leer van Vishnuh het volgende; "Het concentre­ren op een vaste vorm is tijdverlies, want op het bovenzinne­lijke vlak verliezen alle vormen van onderscheid uit de stof­felijke wereld hun geldigheid.


"DE LEEF/STRIJDCODE"

Daarnaast is de Pende­kar moreel ver­plicht een ieder welgezind te zijn, opdat hij onder het volk geen enkele vijand heeft. De pendekar die niet in staat was zich aan de regels en bepa­lingen van de leer te houden werd geacht allereerst de daar­voor vereiste kennis te verwerven, want alleen daardoor kan hij zijn werke­lijke "geest" leren zien. Kennis groeit geleide­lijk uit tot medita­tie ; en door medita­tie kan hij langs de weg van de "Silat­leer", de kebati­nan­leer begrijpen. Doch niemand behoort een  ingewijde te bespotten wanneer deze een keer van zijn persoonlijke plichten afdwaalt en daarbij de geeste­lijke weg een tijdje achter zich laat, zelfs al komt hij bij toeval of per ongeluk verkeerd terecht. Deze woorden behelzen zeer nadrukkelijk een waar­schuwing aan het adres van niet ingewijden.  Men dient de kennis der Pencak-Silat zoals is vastgelegd en samengesteld door het Vishnuh-Genootschap uit te dragen / toe te passen tot heil van iedere indi­vidu. 

 


N.B.: Het begrip Pendekar is door de Gurubesar Lancar Ida-Bagus <> R.R.Purperhart in de huidige tijd vertaald naar het oud javaanse woord "Putuh" (alg. ingewijde pupil, kleinkind) alsmede heeft hij de inhoudelijke definities van de begrippen/titels "Putuh" & "Putuh-Agheng" sinds 1991 alszodanig vastgelegd, zodat het "Pendekarschap" c.q. het "Putuhschap" voor ieder rechtschapen mens bereikbaar is. Dus mensen die zich alsnog pendekar noemen zijn nep.


Let Wel: Het Vishnuh-Genootschap streeft er niet naar om de wereld te veranderen, maar wie lid wenst te worden zal zich onderwerpen aan onze regels, toelatingsprocedure, normen, waarden en de adat van het Vishnuh-Genootschap. Kritiek leveren op onze regels en beleid is zinloos. Anderszins zitten wij niet op avonturiers te wachten en dergelijke, wij verwelkomen alleen aardbewoners, en wie vrij is van angst en oprecht is van geest alsmede geen kwaad heeft in de zin en tot het Vishnuh-Genootschap wenst te worden toegelaten zal door ons als een volwaardig lid ontvangen worden.

 

 

Daarover zegt de leer van Vishnuh:

 

... "Wie niets kwaads heeft in de zin heeft echter van ons ook niets te vrezen."

 

 

Putuh-Agheng : B.Maas

gallery/vishnuh 0877
gallery/dorpje9