© Copyright : Vishnuh-Genootschap

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of open­baar gemaakt mid­dels druk, fotocopy, micro­film, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestem­ming van de rechthebbenden. De Nederlandse en Javaanse verta­ling van de lontarboeken van het Vishnuh-Genootschap zijn vastgelegd bij s'Rijkssuccessie te Leeuwarden in Nederland en gedeponeerd bij het Beneluxbureau voor de warenmerken onder nummer 507115, door de erfopvolger van het Vishnuh-Genootschap, Gurubesar R.R.Purperhart <> Lancar Ida-Bagus.

All rights reserved. No part of this publication may be repro­du­ced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form by means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the written permission of the publisher.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Authentieke zelfverdediging -en Gevechtsleer

 

Als er iets is binnen de Indogemeenschap dat een bron van geheimzinnigheid oproept, dan is dat wel het verhaal over Pencak-Silat. Het begrip is wijd verbreid, echter de uitleg ervan is niet duidelijk, evenals de geschiedenis van het ontstaan en ontwikkeling daarvan, afgezien van het Indonesisch verhaal over een Javaanse vrouw, die water ging halen bij een kreek en daar een ooievaar en een tijger bij het water met elkaar zag vechten. Haar man, die iemand was met losse handen (wellicht een Islamitische gewoonte, daar vrouwenonderdrukking in de Indonesische maatschappij heden ten dage nog steeds normaal is), werd ongeduldig toen zij volgens hem te lang wegbleef.

 

... De vrouw die zich degelijk bewust was van de gewelddadige aard van haar jaloerse echtgenoot, ging schoorvoetend naar huis met het idee van een pak slaag in het vooruitzicht. Hieraan denkende besloot zij zich niet langer meer door hem te laten overweldigen en mishandelen. Thuis aangekomen ontweek zij voor het eerst in haar leven de welgemikte slagen van haar echtgenoot door zich precies zo af te weren zoals zij de dieren eerder op de dag bij de oever heeft zien doen. Zodoende zou de Pencak-Silat volgens Indonesische overlevering zijn ontstaan.

Zo zijn er een tig-aantal van dergelijke vrouwonvriendelijke posities verweven met fantastische Inlandse sprookjes en godsdienstfabels, die over het ontstaan van de Pencak-Silat in Indonesië de ronde doen, waar de bevolking behept is met bijgelovigheid en naast hun aangepaste Christelijke en Moslimse geloofsleer ook nog in de idiootste dingen geloven die als voorouderlijk en heilig worden beschouwd.

 

... Door al dit soort inlandse vertelsels lijkt het er veelal weg te hebben van een wedstrijd waar Indonesiërs elkaar proberen te overtreffen in sterke verhalen en geloofsmasochisme, de éne Indonesiër weet het nog mooier te vertellen dan de andere. 


*Noot van de Gurubesar

 

Bijgelovigheid berust op de fantasie van gelovige figuren en getroebleerde individuen, en voor wie "Zwarte kunst" en "Godsgeloof" een serieuze aangelegenheid is... dan zal men ook geen moeite hebben om te geloven, dat sommige mensen hebben beweerd, dat ik kan toveren. Ik heb immers al een Rode toverstaf! Kijk maar... mooi hè! En als ik mijn toverstok loeihard op iemands hoofd laat neerkomen zal deze zeker bewusteloos neervallen met een zware hersenschudding tot gevolg. Is dit dan ook tovenarij?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onthoud, dat alle namen, begrippen en volkscultuur die de Islam zich gedurende hun vestiging op de Indische archipel zich wederrechtelijk heeft toegeëigend en hiermee de argeloze onderdrukte Indische volken eeuwenlang heeft verziekt in werkelijkheid niet aan ze toebehoort. Het is hard, maar waar.

 
... Het land dat tegenwoordig Indonesië heet en haar bevolking zijn ziek gemaakt door de Islam. Het Moslimmisme is te vergelijken met een nimmer aflatende ziekte die nimmer geneest.

Zo verkeert het Indonesische volk in de waan dat zij cultuurtechnisch goed bezig is terwijl haar huidige cultuur geheel geschoeid is op het Hindoeïsme, die de Moslims sinds hun verblijf op de Indische Archipel in de loop der geschiedenis hebben gejat c.q. ingelijfd van de oorspronkelijke pioniers (Indiërs) van die eilandengroep, welke ooit door Indonesische voorouderlijke verraders en andere hielenlikkers met behulp van de vroegere koloniale bezetters lafhartig werden vervolgd, vermoord en verkocht aan overzeese slavenhandelaren van destijds.

Feitelijk heeft bijna alles op Indonesië niets meer te maken met het Indische zoals toenmaals het geval was, dus voordat blanke roofdieren in mensengedaante de rust en vrede kwamen verstoren op de Indische archipel. Aldus, bijna niets is er meer Indisch maar Indonesisch en het zijn geen "Indischen" meer die de Indische eilanden bevolken, maar Indo-ne-siërs, het merendeel afstammelingen van de vroegere verraders en onderdrukkers.
 
... De overig onschuldige Indische volkeren hebben onder het juk en dwang van deze nieuwerwetse Indonesische kolonialisten, zich hierbij zonder meer moeten neerleggen, of ze dat wilden of niet. Door deze sociale dwang is men gedwongen opgegaan in het "Neo Indonesisch kolonialisme" om te overleven! Het zijn daar thans allemaal Indonesiërs met een summier Indische achtergrond." Meer niet!

Om de discussie van de afkomst en het wel en wee over Pencak-Silat kort te houden is men in Indonesië op een gegeven moment overgegaan tot interpretatie van de naam Pencak-Silat als een "verzamelnaam" voor Indonesische vechtsportsystemen ontwikkeld door Indonesische sportmeesters die hun vechttechnieken hebben afgeleid van het Karate en van bestaande Aziatische sporten en in andere vechtvormen geravot, met als enige verschil een lage en soepele houding (het versoepelde Karate) en waarin ze wedstrijden bedrijven in de zin van de sport.

Zodoende kan heden ten dage elk vechtsport minnend individu zich scharen achter een Indonesische Pukulan organisatie waar Europese individuen de mogelijkheid worden geboden om met een in Indonesië gekochte diploma of een door een zogenaamde hoofdleraar afgegeven bewijs van competentie een sportschool in Europa te entameren en onder de noemer van de onderhavige verzamelnaam zich kunnen verschuilen achter één of meerdere Indonesische sportbonden voor naamsondersteuning en om hun activiteiten naar de buitenwereld te kunnen rechtvaardigen (zie hieronder.)
 

 

 

 

 

 


 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is helemaal niet verwonderlijk, want Indonesië is vandaag de dag de meest corrupte staat in de wereld, voor belanghebbenden is zij op elk gebied een welkome bron van inkomsten. Lekker creatief bezig zijn met z'n allen is natuurlijk erg welkom.

 
... De hiervoor genoemde Indonesische werkwijze ter verspreiding van hun zelfbedachte vechtsportsystemen geeft bij mensen, die niet op hun achterhoofd gevallen zijn, de algemene indruk, dat Pencak-Silat een vechtsport is welke men bij wijze van spreken als een pakje boter kan verkrijgen in een supermarkt als beloning voor het invullen van een enquête formulier. (zie hieronder "de beloning".)
 
  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 
 


Dan heb ik het hier nog niet gehad over de beoefeningswijze door Indonesische ingezetenen, waar in bijna elk dorp één of meerdere zogenoemde "Guru's" c.q. "Guru Besars" te vinden zijn, die voor hun noodzakelijke kosten van bestaan op allerlei mogelijke manieren toeristen vermaken met hun kunstzinnige lichamelijke uitingen, die allemaal onder de naam Pencak-Silat worden gebracht, welke feitelijk en historisch gezien niets te maken hebben met de authentieke Pencak-Silat gevechtsleer zoals oorspronkelijk eeuwen geleden op de Indische archipel is ontwikkeld door leden van het Vishnuh-Genootschap.
 
... Uiteraard kunnen buitenstaanders, toeristen en andere leken geen vergelijk geven van wat niet traditioneel is en wat wèl. Ze zien toch lokale inwoners leuke bewegingen uitvoeren die als de traditionele Pencak-Silat worden gepresenteerd waarvan sommige handelingen op hun lachspieren werken.
 

... Meestal vinden vakantiegangers alle capriolen van hun gastland geweldig, daar zij niet veel gewend zijn in eigen land. Sterker nog, het kan ze geen ene moer schelen hoe cultuur gerelateerde sessies worden gebracht door het Indonesische volk. Als ze maar pret hebben vinden ze alles best. Dit is echter geen verwijtbaar gedrag tegen buitenstaanders, het is immers niet hun cultuur.

In Indonesië zelf schijnt het doodnormaal te zijn dat wie een beetje fysiek kunstzinnig bezig is en goed kan improviseren al gauw "Guru" c.q. "Guru Besar" word genoemd. Het is inmiddels algemeen bekend, dat de begrippen "Guru" & "Guru Besar" onbeschermde titels zijn die elk willekeurig kunstzinnig mens naar believen kan gebruiken of voor zijn eigen naam kan plakken.
 
... Dat zelfs Indonesische academici in één lijn worden getrokken met de titel Guru Besar, geeft het dubieuze niveau aan van de geijkte Indonesiër. Dit in tegenstelling tot het woord "Gurubesar" zoals wordt gehanteerd door het Vishnuh-Genootschap voor haar leden, de titel "Gurubesar" is een erfrechtelijke academische titel afkomstig uit het Sanskriet en word geschreven als één woord, aldus niet vergelijkbaar met de gespleten vorm door Indonesiërs gebruikt in twee woorden; "Guru Besar".
 
Kortom; een "Gurubesar" als één woord geschreven is een door het Vishnuh-Genootschap gedeponeerde en vastgelegde academische titel exclusief bestemd voor haar leden en is derhalve een beschermde titulatuur. Het is derhalve niemand toegestaan zonder relevantie de titel "Gurubesar" te gebruiken of zomaar deze titel voor zijn naam te vermelden.

Tegenwoordig kan niet meer worden weggenomen dat een groot deel van het Indonesische volk en over de gehele wereld genomen de werkelijke afkomst van de Pencak-Silat concreet bekend is. En inmiddels weet men ook van het naamsmisbruik en dat de Pencak-Silatleer veel meer is dan een fysieke gevechtsstijl, maar de exacte inhoud hiervan is nog niet iedereen bekend.

Sedert 1992 is hier een verandering in gekomen. De naam "Pencak-Silat" is formeel door een erfopvolger en priester van het Vishnuh-Genootschap, Ulomo Lancar Ida-Bagus Gurubesar Pencak-Silat, bij het Beneluxbureau voor de Warenmerken te Den Haag onder nummer 507115 gedeponeerd als een beschermde merknaam.
 
... Voor dit doel is exact gedocumenteerd wat de inhoud van de Pencak-Silat is, het ontstaan daarvan en de ontwikkeling van de in totaal 10 stijlen gedurende de 2e tot 6e eeuw na Christus, zoals de Harimau c.q. Macan, Monyet c.q. Cingkrik, Garuda, Laba-Laba c.q. Kumbang, Pamor c.q. Yoghettane, Titiyan c.q. Kuda, Ulomo, Khodok, DejaVu en Kambing. Dit alles aan de hand van de vertalingen van de gehele Leer uit het Sanskriet van de originele Lontarboeken en Kropaks van het Vishnuh-Genootschap.
 
... Dit genootschap trok in het begin van de jaartelling uit India naar de eilandengroep in de Archipel en werd hun eerste klooster gevestigd op Bali, op de Gunung Penulisan. Daarna trokken deze priesters met de nazaten van de oude Hindu-Buddhistische koninkrijken (Majapahit,Sailendra, Mataram 1, Sriwijaja, Pajajaran etc.) langs de evenaar via Afrika naar Zuid-Amerika waar een nieuw klooster werd gevestigd.

In 1975 hoorde men binnen dat genootschap dat de naam Pencak-Silat werd gebruikt voor een gevechtssport, wat een storm van verontwaardiging deed oplaaien. In eerste instantie wilde de abt een aantal Prajurits sturen, die volgens de Adat op onderzoek zouden uitgaan. Dit komt er op neer dat een ieder die beweert les te geven in de Pencak-Silat, dat ter plekke mocht bewijzen. Alleen één persoon zou daarna kunnen opstaan….Pencak-Silat is ontwikkeld voor de slagvelden en niet voor de sport.
 
... Ieder ander die beweert onder deze naam sport te bedrijven doen dit vanuit bestaande vechtsporten en zelfontwikkelde systemen, maar beoefenen niet de Pencak-Silat zoals ze was en oorspronkelijk is ontwikkeld door het Vishnuh-Genootschap.

Immers, de naam van een oud erfstuk (wasiyat) van de priesters welke op wetenschappelijke wijze is ontwikkeld en alleen via de Suwalapatra kon worden doorgegeven aan een nazaat van de grondlegger van het genootschap, de Ida-Bagus dynastie, werd misbruikt. En dat terwijl het ook historisch niet mogelijk was aangezien de priesters de verspreiding van de leer in 1812 aan banden hebben gelegd.
 
... Daarnaast is nog nooit de gehele leer buiten het genootschap aan derden aangeleerd. Wel zijn in de periode tussen 800 en 1812 een aantal Pendekars opgeleid, die slechts werden getraind in een aantal technieken die zij in hun omgeving nodig hadden om te zorgen voor de veiligheid, aangevuld met (marginale en algemene) kennis van de kruidenleer, biologie, natuurkunde en andere vakken. Vandaar de naam Pendekar; Pendet (kort, beperkt), Aryani (=kennis in het Sanskriet)= korte of beperkte kennis.

Het is natuurlijk mogelijk dat nazaten van deze Pendekars de hun aangeleerde technieken hebben doorgegeven en aangevuld met eigen technieken en technieken uit andere gevechtskunsten zoals het Kun Tao, Karate, Chuan Fa, Pukulan, het Maleisische Bersilat etc., maar strikt genomen kan men dan niet meer spreken over de Pencak-Silat. Men sprak voor WO-2 nooit over Pencak-Silat, maar over pukulan, persilat etc..

Een in Nederland geboren ingewijde lid die tot aan zijn dood in het Vishnuh-Genootschap heeft gewoond, heeft er destijds voor geijverd om niet de Prajurits te sturen, maar de jongste priester aangezien deze nog het meest modern kan denken en een andere weg moest zien te vinden om de waarheid over de Pencak-Silat naar buiten te brengen en zo de naam in ere te herstellen. In ieder geval is de Pencak-Silat nu geopenbaard en het staat iedereen (jong en oud) vrij om deze te bestuderen. Zo kunnen stijlen in verenigingsverband worden geanalyseerd en aangevuld worden met authentieke technieken, en de achtergrond van elke techniek kan worden verklaard.

 

 

Wilt u ons doneren zonder verplichtingen? Dat kan, stort uw donatie of gift op rek.nr. NL67 TRIO 0212177893 o.v.v. donatie Vishnuh-Genootschap -met vermelding van uw naam, adres of telefoonnummer.

Alvast bedankt.

 

 

 

 WAT KAN EEN DONATEUR VERWACHTEN VOOR ZIJN JAARLIJKSE DONATIE AAN HET VISHNUH-GENOOTSCHAP?



A. Een donateur heeft in het eerste lustrum van zijn donateurschap aan het Vishnuh-Genootschap niets te verwachten, uitgaande van het feit dat een gift vanuit het hart komt door de gever, die in het bezit is van zijn volle geestelijke vermogens, aldus vrijwillig is geschonken door betrokkene(n), zonder aan het gegevene voorwaarden of bepalingen te binden. Een gift uit liefdadigheid is vrijblijvend en geen machtsmiddel om een ander op welke wijze dan ook te beïnvloeden, te beheersen of te bestieren.

B. In Europa en in de rest van de wereld is een overheidsschenking en van een legio privé-organen meestal gekoppeld aan een tegenprestatie waarmee altijd word beoogd om bij een organisatie met een vinger in de pap te kunnen brokkelen of om op de één of andere manier gevolg te geven aan hun reeds bestaande religieuze planmatigheid en egoïstisch maatschappelijk streven. Het Vishnuh-Genootschap doet niet mee aan dit Christelijk Europees hypocriet gedrag noch met het Islamitisch schijnheilig gedrag, dat besloten ligt in de Europese en Moslimse staatsfilosofie waarin de grondwet gebaseerd is op de Bijbel en op de Koran.

C. Het Vishnuh-Genootschap wenst voorts onder geen beding zich in te laten met landelijke en internationale instellingen, die giften van dergelijke strekking aan subsidieaanvragers verstrekken, zoals in regel B is beschreven.

 

... Het Vishnuh-Genootschap weet zelf wel aan wie zij hartgrondig dank verschuldigd is en voor wie slechts geboden en verboden gelden. Het genootschap voelt zich tot niets verplicht t.o.v. donateurs, die een schenking hebben gedaan aan het Vishnuh-Genootschap of voornemens zijn hiertoe .....maar menselijkerwijs mag men wel van ons verwachten dat....

D. Iedere gever of donateur geniet wel standaard vanaf de aanvang van zijn donateurschap automatisch bescherming van zijn personalia, behoudens in gevallen waarin van het Vishnuh-Genootschap in alle billijkheid niet gevergd kan worden deze bescherming te laten voortduren.

E. De Donateur komt na 5 (vijf) jaar in aanmerking voor het erelidmaatschap van het Vishnuh-Genootschap, tenzij anders vermeld, met inachtneming van het huishoudelijk reglement voor leden, tenzij anders door beide partijen is overeengekomen.

F. Regel E is niet toepasselijk op donateurs die tussentijds tot het lidmaatschap van het Vishnuh-Genootschap overgaan, en zijn vanaf de inschrijving als lid van het Vishnuh-Genootschap de regels van haar huishoudelijk reglement op de aankomeling volledig van kracht.

 

 

Zo zegt de leer van "Vishnuh";

 

"Wij zijn geen kuddedieren, maar we hebben wel gemeenschapszin."

 


Door Putuh-Agheng: Max Overwater

 

 

 

 

 

gallery/vishnuh 0877
gallery/pasarkrant1-001
gallery/papa
gallery/nepdiplomas guru besar-001
gallery/nepdiplomas guru besar.11png